Allereerst wil ik toch wel even een lans breken voor Iceberg Books! We hebben hier schitterende Nederlandstalige schrijvers die, bij tijd en wijle, prachtige SF tot ons brengen. Daar ben ik uiteraard heel erg blij mee, maar geregeld verlang ik toch nog wel eens terug naar die tijd dat er hele scheepsladingen vertaalde SF van schrijvers van naam over ons, gelukzaligen, werd uitgestort. Die dagen zijn niet meer, helaas. Wat weten we nu van welke internationale schrijvers er hot and beautiful zijn? Iceberg Books is vrijwel de enige, (en dan heb ik het niet over deze en gene verdwaalde, zorgvuldig NIET als SF bestempelde, uitgaven) die ons geregeld nog eens verwend met prachtvolle SF, zowel van eigen bodem als vertaald. Maar goed… dat was even mijn klaagzang. Het voelde alsof het even gezegd moest worden. Maar… terug naar de orde van de dag!
Met Adrian Tchaikovsky heb ik tegenwoordig precies hetzelfde als dat ik met Jack Vance had. Misschien dat het te maken heeft met de Tschai in T(s)chaikovsky, maar eerder lijkt het me te liggen aan het schrijftalent van Adrian dat me, als een blok, voor hem liet vallen! Telkens als er een nieuwe titel van Vance verscheen, liet ik alles uit mijn vingers vallen en ging er weer eens ouderwets en uitgebreid voor zitten. Er kon gebeuren wat er ook maar gebeuren kon… ik was er niet uit los te rukken! Nu… met Adrian Tchaikovsky gebeurde precies hetzelfde! Ik kon me niet inhouden en ondanks dat ik altijd al mijn recensies behandel op volgorde van binnenkomst, moest en zou Grauw eerst verslonden worden alvorens ik de draad weer op kon pakken. En weer werd ik absoluut niet teleurgesteld. Potdomme, wat een verhaal!
De geschetste toekomst in dit verhaal is dermate dystopisch, claustrofobisch en bijzonder irritant, dat ik me, voordat een dergelijke toekomst aanstaande was, vrijwillig én blijmoedig, van de wereld zou halen.
De eerste bottleneck was op de aarde geweest. Dat was een grote klimaat- en grondstoffencrisis geweest, die zo veel had verwoest en bijna een einde had gemaakt aan alles wat de mens had opgebouwd. Maar... de mensheid sloeg er zich doorheen. Het leed en de wanhoop waren duidelijk nodig geweest, want anders had de mensheid zich nooit ruimte in gewaagd. De maatschappelijke structuren die de eerste bottleneck hadden overleefd en hadden hen naar de Tweede Bottleneck geleid. Wat vroeger corporaties genoemd waren, groeiden uit tot Concerns. De Interconcernoorlogen hielpen de kolonisatiepogingen in het eigen zonnestelsel om zeep en de mensen die het overleefden, hadden dat te danken aan de zegen van de Concerns en die zegen kreeg je alleen maar in ruil voor een plechtige belofte van dienstbaarheid, zoals ieder kind uit de habitattanks je konden vertellen. Die habitattanks worden door Adrian zelf beschreven als: “Daar propten ze ons samen in. Je kreeg geen moment voor jezelf tot je een opleiding had gehad en een beetje loonwaarde had opgebouwd. Geen wonder dat we allemaal smachten naar een ruimtemissie. Maar in die tanks zat je altijd en eeuwig op eenieders lip. Met alle herrie, geurtjes en asociale gewoonten van anderen”. (Pagina 179) Voor mij klinkt het als de horror of all horrors!
Dit in het kort hoe de situatie van de mensheid er voor stond. Slecht dus. Adrians uitleg en wereldbouw gaat nog verder en is zo prachtig geschreven dat het als de waarheid is. Zo zal het gaan met de aarde en de mensheid. Ik kreeg er de koude kriebels van, dat mag je gerust van me aannemen.
Maar goed… De concerns werden ertoe gedreven om de blik naar buiten te keren, naar het heelal. Ze sturen het ruimteschip Garveneer op een commerciële expeditie. Die ontdekt een gitzwarte maan, draaiend om een gasreus in het Prospector413 stelsel, tjokvol ruimtesignalen, zodat het lijkt alsof de maan de ruimte in gilt. De maan wordt Grauw genoemd. De omstandigheden op de maan, dodelijk voor de mens, maar Grauw is in alle opzichten rijp voor exploratie.
Door een catastrofaal ongeluk zijn twee vrouwen, Juna Ceelander en Mai Ste Etienne, tot een noodlanding in een in een nauwelijks daartoe geschikt landingsvoertuig gedoemd. En dan vangt een tocht aan dwars over het oppervlakte van de maan. De tocht voert beiden over waanzinnige landschappen waarbij ze begeleid worden door Grauwers, de plaatselijke aliens. De mensheid had, tot dan toe, nergens eerder aliens in het bekende heelal, aangetroffen.
Uiteraard hebben we eerder over fatale noodlandingen op zeer vreemde werelden gelezen en over contacten met zeer vreemde aliens. Ik verwijs alleen nog maar eens terug naar Tschai van Jack Vance, al was dat een stuk lichter van opzet. Er zijn er vast nog een aantal meer te bedenken, maar wat Tchaikovsky hier doet… onvergelijkbaar mooi!
Enerzijds is er de lichte kant, waarin twee aardse vrouwen die vechten om te overleven en redding zoeken, en aan de andere kant, de duistere, de aliens die de dames observeren. Bij toerbeurten vertelt elk van hen hun eigen verhaal, over hun angsten en verbazing. Beiden proberen wegen te zoeken om met elkaar te communiceren en elkaar te begrijpen. Maar ook hebben elk hun eigen agenda.
Ik ga er verder niets meer over vertellen. Ikzelf heb het vrijwel ademloos gelezen! Dus… lees, huiver en geniet ook van dit grootse, en meer dan originele, avontuur. En… eh, nee! Ik wilde nog iets zeggen, maar doe het toch maar niet. Ontdek al het moois zelf maar. Veel plezier! Voor de prijs hoef je het zeker niet te laten!!!
