Fandata

De Bibliografie van het Fantastische.
Laat je verbazen! Je zult versteld staan van alles wat deze website te bieden heeft. Fandata.nl is een website met een continu groeiende database gevuld met Fantastiek in het Nederlandse taalgebied. Waarom? Sciencefiction, Fantasy en Horror prikkelt de verbeelding oneindig; het is niet gebonden aan onze kennis van de wereld om ons heen. Dat is wat het team van Fandata verbindt. Al meer dan 40 jaar verzamelen we informatie rondom Fantastiek. Er blijft nog veel te ontdekken en onderzoeken op dit gebied. Dagelijks zijn we actief met het aanvullen van informatie.

In Fandata kun je alle gegevens vrijblijvend doorzoeken. Verdwaal in de verhalen van Bertus Aafjes tot Roger Zelazny. Ontdek de werelden van Aardzee tot de Saga’s van de Wisselaars.
Heb jij ook een grote voorliefde voor Fantastiek? Dan zijn wij op zoek naar jou!

• Fandata team: We zoeken uitbreiding van het Fandata team. Wil je meewerken aan het verzamelen en het controleren van gegevens? Neem contact met ons op, via de contactgegevens.
• Fandata-donateur: Om de site te verbeteren zijn we op zoek naar donateurs. Wil je doneren? Neem contact met ons op, via de contactgegevens.

Doornroosjes wraak van Guido Eekhaut - de ultieme afrekening? Door Sigrid Lensink
Wat ik moest verwachten bij een novelle met de titel Doornroosjes wraak, wist ik niet precies. Het boekje is in ieder geval uitgevoerd als hardcover met een heus leeslint. De illustratie op de cover is gemaakt door Petra de Vries en geeft in een stemmig blauw, rood, geel en een snufje groen de verschillende elementen van het verhaal weer. Tot zover een goede eerste indruk.

Helaas blijkt mijn exemplaar een misdruk te zijn met een extra pagina 91-92 tussen pagina 2-3 en tussen pagina 26-27 is de beschrijving van de auteur terechtgekomen, die ook aan het einde van het verhaal nog eens gemeld wordt. Zonde!

Ook ontdekte ik al lezende nogal wat (spel)fouten, dus een extra correctieronde zou geen overbodige luxe zijn. Zeker omdat het boekje de indruk wekt het resultaat te zijn van een zorgvuldig uitgeefproces, waar mensen met liefde voor het maken van boeken achter zitten.

Doornroosjes wraak is onderdeel van de Snuffelreeks van Stichting Fantastische Vertellingen. In deze reeks worden detectiveverhalen met een fantastische randje of magische tint uitgegeven en dat maakt me nieuwsgierig naar de inhoud. Want hoe kun je het aloude sprookje van Doornroosje omschrijven naar een whodunit?

Doornroosje is in Eekhauts versie Rosa geworden en woont met haar zesjarige tweeling in een niet nader genoemd provinciestadje in een niet nader genoemd land. Rosa en haar kinderen worden intensief geobserveerd door de ik-persoon van het verhaal, meneer Prins. Deze zich over zijn lot beklagende man is zeer gefrustreerd om het feit dat hem de voogdij over zijn kinderen ontzegd is. Hij is dan wel op grond van gebrek aan bewijs vrijgesproken van verkrachting, maar de gevolgen van de slepende rechtszaak zijn wel dat hij nooit lid van het gezin zal zijn, terwijl hij toch echt de biologische vader is.

Dan krijgt hij bezoek van ene Troylus, een figuur die in Berlijn werkt aan een onderzoeksinstituut dat zich uitsluitend bezighoudt met het ontrafelen van de oorzaken van Rosa’s honderdjarige slaap. Ook meneer Prins werkte daar tot hij zich liet verleiden door Rosa’s schoonheid.

Troylus wil in contact komen met Rosa en vraagt meneer Prins om dat te regelen. Die weigert. Vervolgens komt Themis, de kwaadaardige tante van Rosa, hem een voorstel doen die hem het eeuwige leven zal geven. Ook dit weigert hij.

Als Themis gruwelijk vermoord in haar woning wordt gevonden en meneer Prins verdachte nummer 1 is, vindt hij het tijd om zelf achter de dader aan te gaan. Hij heeft namelijk een donkerbruin vermoeden wie dat is. Via zijn advocaat komt hij haar op het spoor in Wenen, waar hij tijdens een achtervolging terechtkomt in een parallelle wereld, alwaar Rosa hem opwacht en haar wraak uitspreekt.

Eekhaut kan schrijven, dat staat buiten kijf. In zinnen als: “Het licht krimpt. Het duister wint. De stemmen van de jongens vallen tot losse geluiden uiteen die gulzig worden opgeslorpt door het park, de bomen, de struiken,” zit een fijne cadans. Eekhauts waarnemingen zijn subtiel en nauwkeurig. Dat je als lezer een hekel krijgt aan de hoofdpersoon en toch wil weten hoe het met hem afloopt, kun je alleen 93 pagina’s volhouden als de auteur enigszins het ambacht van schrijven onder de knie heeft.

Eekhaut is dan ook geen onbekende in de literatuur. Hij heeft meer dan vijftig boeken en honderddertig verhalen geschreven, die vaak een mengvorm zijn van verschillende genres.

Hoewel er een moord wordt gepleegd en er (halfslachtig) naar een dader wordt gezocht, is dit verhaal geen detective, whodunit of thriller.

Meneer Prins is een enge stalker die zijn zin niet krijgt en daar vreselijk over doorzanikt. Even hoop je nog dat hij zijn lesje leert, maar nee, het lesje wordt hem opgelegd. De vingerwijzingen naar de huidige #MeToo-discussie en wat de wetenschap allemaal nog niet weet als die met iets onverklaarbaars wordt geconfronteerd, zijn duidelijk zichtbaar. Misschien ligt het er zelfs iets te dik bovenop.

Wel valt er tussen de regels door veel te ontdekken en is het verhaal zo nu en dan grappig. Eekhaut speelt met de verschillende versies die er van het sprookje bekend zijn. Themis en Troylus komen voor in de versie van de Franse ridderroman Perceforest (1340) en verwijzen naar de godin Themis en (Griekse) held Troïlus. Eekhauts hoofdinspecteur heet Perrault, wat een directe verwijzing is naar de Franse schrijver Charles Perrault, die in 1697 een versie van het sprookje uitbracht onder de titel La Belle au bois dormant. Het geeft het verhaal jeu en laat je doorlezen omdat je wilt weten hoe Eekhaut deze materie verder heeft verwrongen, verdraaid, door elkaar geklutst of gewoon tot de uiterste consequentie heeft doorgetrokken.

Omdat dit verhaal geen echte detective is, blijft in het ongewisse wat het dan wel is. Hoe deze novelle dan te duiden of te interpreteren? De wederwaardigheden van meneer Prins blijven te veel steken in een cynische verhaalwereld met moderne opvattingen over man-vrouwverhoudingen en rechtvaardigheid, een wereld die doordrongen is van het atheïstische wereldbeeld van deze eeuw. Het botst met het idee dat ik heb over sprookjes. Die zijn toch bij uitstek het vehikel van symbolen, archetypen en diepere lagen in ons onderbewuste. Een sprookje is, als je het volgens de analytische psychologie van Carl Gustav Jung bekijkt, een mythische reis van het Zelf. Dat is zo’n beetje het tegenovergestelde van meneer Prins’ belevingswereld. Ja, hij droomt wel eens wat in Doornroosjes wraak, en dat lijkt verdacht veel op het oorspronkelijke sprookje, maar wat dat betekent (óf het iets betekent) in deze context is niet duidelijk. Liever had ik gezien dat het fantastische iets meer ruimte had gekregen. Dan zou de reis naar de parallelle wereld, hoewel zeer elegant beschreven, beter tot zijn recht zijn gekomen.
Mike Jansen, een veelzijdig schrijver van het fantastische
Mike Jansen is een Nederlandse Experienced Cyber Security professional in ICT én SF-, fantasy- en horrorschrijver die sinds begin jaren 90 actief is. Studeerde Computers Science aan de Vrije Universiteit Amsterdam en aan de Hogeschool van Amsterdam.

Publiceerde in 1991 zijn eerste verhaal in het toenmalige tijdschrift Ator Mondis. Won in dat jaar de Rob Vooren Prijs voor de beste aankomende auteur en in 1992 de King Kong Award samen met Paul Harland. Tot 2000 publiceerde Mike met enige regelmaat in Nederlandse en Belgische tijdschriften en verzamelbundels, waarna het een tijdje redelijk stil werd.

Inmiddels is de productie weer opgevoerd en publiceert Mike met name weer op de Engelse markt voor fantastische literatuur. Hij werkt regelmatig samen met JWK Fiction waar hij verhalen publiceert en in 2013 de Engelse versie van De Falende God en een verzamelbundel van zijn Engelse verhalen. Sinds september 2013 is hij lid van de Horror Writers Association.

Sinds 2015 organiseert hij (ism Peter Kaptein) de EdgeZero' verhalenwedstrijd in een poging het goede materiaal dat in Nederland wordt gepubliceerd in de diverse bladen en dat meedoet aan de diverse schrijfwedstrijden, voor het voetlicht te brengen. Op die manier hoopt hij een tijdsbeeld te genereren dat de Nederlandse lezers laat zien dat er in de Lage Landen wel degelijk SF/F/H op hoog niveau wordt geproduceerd.

Hij is sinds 15 april 2010 getrouwd met Marieke Jansen en woont in Hilversum. In het dagelijks leven doet hij iets met computers en de beveiliging daarvan. Hij doet dat op redelijk hoog management niveau. Daarnaast probeert hij zijn vier kinderen in toom te houden, wat niet eenvoudig is aangezien ze de hersens van hun moeder hebben meegekregen.
Een recensie van Koepel Goed van Charles van Wettum door Jos Lexmond
Enige tijd geleden stuurde Charles me de eerste druk van Koepel Goes. Vrij snel daarna kreeg ik bericht van hem dat hij het boek van de markt gehaald had, omdat hij veel commentaar had gekregen. Daar schrok ik van en ik vertelde hem dat ik de eerste druk toch zou lezen en dat ik hem mijn bevindingen zou mededelen. Daar ik het behoorlijk druk heb, ging er wat tijd overheen voordat ik er aan toe kwam en Charles mijn bevindingen kon mailen. Charles verraste me per omgaande met deze tweede druk, die er geheel en al anders uitziet. Niet qua omslag, die is hetzelfde gebleven, maar qua inhoud! De eerste druk besloeg 302 pagina’s, de tweede 235. De eerste druk bevatte 3 verhalen, de tweede 7. Twee van de verhalen uit de eerste druk kwamen terug in de tweede, maar daar kom ik later nog op terug.

Charles was dus niet bij de pakken gaan neerzitten en zitten kniezen, maar had de koe bij de horens gepakt, een paar proeflezers op de kop getikt en een professionele editor aangeschaft. Uiteraard heb ik het geluk dat nu vergelijkingsmateriaal heb. De eerste druk vond ik al niet slecht, al waren er wel wat kanttekeningen te plaatsen, maar de inspanningen van voornoemde mensen, maar zeker ook van Charles zelf, zijn te zien aan deze tweede, geheel herziene, druk.

Hoe het ook zij… ik was, bij het beetnemen van deze nieuwe uitgave, absoluut klaar voor een tweede rondje Koepel Goes!

- Epsilon (SF)
Prachtig verhaal over noodzaak en gevolg. Dat de persoonlijke situaties van mensen totaal ondergeschikt worden als de rampzalige gevolgen van de klimaatcrisis zich doen gelden én voelbaar worden… is daar een huwelijk nog wel tegen bestand?

- Koepel Goes (SF)
Koepel Goes was Als het water komt in de eerste druk, maar zoveel beter dan dat. Een heel stuk compacter, veel meer to-the-point, veel meer verhaal-technisch. Alles aangezet en schrijvend op het scherp van de snede. Ik moet wel zeggen dat ik tijdens het schrijven van deze recensie, heen en weer pak tussen de beide drukken en dat dat verwarrend werkt, dat je dus af en toe niet meer weet in welke druk je ook al weer aan het kijken bent. Eigenlijk moet ik dat niet doen! Maar goed… niets is een recensent vreemd, zullen we maar zeggen. In het verhaal draait het er om om Koepel Goes af, dicht en droog te houden. Prachtig, de spanning is te snijden en... het gaat niet alleen daarom!

- De senioren van Tante Cécile (SF)
Ook De senioren van Tante Cécile is, of liever was, een onderdeel van Als het water komt, maar doet het nu veel beter als eigen verhaal, op eigen pootjes zogezegd! Een kort evacuatieverhaal, maar wel een met impact. Het verhuizen van demente mensen is en blijft een moeilijk verhaal. Een moeilijke zaak, ook qua persoonlijke situaties. Een klein verhaal, mooi klein verteld.

- De Poort van Woensdrecht (SF)
Alsook De Poort van Woensdrecht was een onderdeel van Als het water komt. Het is niet echt een verhaal, maar verhaalt wel van het opgeven van Zeeland. Het sluiten van de poort, onder het zingen van het Zeeuwse volkslied, is het dramatische hoogtepunt, dat gevoelt wordt!

- Het lijk in de vijver (SF)
Prachtige whodunit, met een prachtige conclusie. Het is een Sherlock & Rex, waar we al meer van lazen in de Snuffel Reeks (nr. 10), welke bij Fantastische Vertellingen in 2023 verscheen. En… waar we zeker nog meer van gaan lezen, hoop ik (heb ik absoluut geen bezwaar tegen). Dit verhaal staat met dezelfde titel in de eerste druk, maar er is duidelijk behoorlijk aan gewerkt. Vraag me evenwel niet wat er aan en in veranderd is. In mijn commentaar over de eerste druk schreef ik aan Charles: “In eerste instantie boeit het verhaal mateloos, maar naarmate het einde nadert, moet ik zeggen dat mijn aandacht verslapt.” en: “De spanningsboog zakt in en de bezieling is er uit.” Dat heb ik nu in het geheel niet meer. Het boeit van het begin tot het eind!

- Vermist (SF)
Alweer een geweldig Sherlock & Rex verhaal. Bij de eerste druk had ik al weinig commentaar. Het enige wat ik ervan te zeggen had dat er wat redactiefoutjes in zaten. Het aantal pagina’s in vergelijking met druk 1 is weer anders, dus zal er wel weer het een en ander aan gewijzigd zijn. Maar wat? Het maakt voor mij niet uit, want het verhaal blijft briljant. Alwin, een knaap met een dure armprothese en op een politieke manier uitgebuit door zijn vader, verdwijnt. Met hem verdwijnen een paar meisje op dezelfde manier. Sherlock & Rex worden ingezet om de kostbare armprothese op te sporen, maar speurt tegelijkertijd wat meer op!

- Stagiair (SF)
Geen idee op Stagiair deel uit maakte van de eerste druk, maar ik heb wel het gevoel dat het een nieuwe toevoeging is. Maar... wat maakt het ook uit! Stagiair is een mooi en gevoelig verhaal over pesten, toewijding en opoffering. Een meisje dat na een ernstig ongeluk, voor een deel technisch, en met een AI brein herbouwd is, loopt al snel, door haar technische mogelijkheden, tegen nadelen aan. Ze wordt uitgespuugd door haar medestudenten. Prachtig geschreven!!!

Deze tweede druk heeft door de inbreng van Finn Audenaert en Frans van der Eem, maar vooral door Charles zelf, een dikke boast gekregen, waardoor de eerste druk totaal verbleekt is. Soms zijn de verbeteringen subtiel, maar op andere momenten rigoureus. Hoe het ook zij, druk 2 is meer dan de moeite waard geworden. Hopelijk keert Charles van Wettum nog eens terug naar de Koepel Goes, naar mijn idee zijn er nog meer dan genoeg verhalen over te vertellen. Misschien over de Koepel in 2123, als hij honderd jaar bestaat? Bestaat hij dan nog wel? Is het een getto geworden, een achterbuurt, of is ie overspoelt? Het lijkt me schitterend de ontwikkelingen te volgen. Voel vooral geen druk, Charles?