Als je zo klein bent als Kobus, niet groter dan een kuiken, dan woon je niet graag meer tussen de grote mensen. Dan pas je beter tussen kleine dieren zoals hazen en konijnen, egels en kikkers. Kobus is naar het bos verhuisd. Daar is hij heel gelukkig, alle dieren zijn zijn vrienden geworden.
Hij helpt ze waar hij maar kan, hij staat altijd voor ze klaar. Als Lampe, de haas, een ongeluk krijgt. Als Melis, de das, een ziek kindje heeft. Als Roodsnaveltje, het jonge eendje, vastgevroren is in het ijs… altijd helpt Kobus.
Maar als hij denkt dat er wel eens eentje dank je wel, Kobus zal zeggen, dan vergist hij zich toch. En daar heeft hij wel verdriet om. Zijn de dieren dan helemaal niet dankbaar? Of toch wel?
