Als in de slavenschepen van de K'zan de Aardse bevolking wordt weggevoerd, ontkomt er een kleine, kwetsbare groep. Voor het eerst overleven niet de sterksten, maar de zwaksten - onvermoed gadegeslagen door achtergelaten wachters. Drie eeuwen gaan voorbij en voor de wachters, traag verouderd, nadert het einde. Een van hen weigert echter haar lot te aanvaarden; ze riskeert het weerkeren van de K'zan en een zekere dood voor de mensen. Men hen verbindt zich haar soortgenoot Kauw. Vergezeld door het karavaanmeisje Bles, de jonge Spreker Mus, en Grit, een kleine vrouw uit het keldervolk, achtervolgt hij zijn verwante. Hoe hun tocht verliep werd verteld in Het Verscholen Volk, het eerste boek uit de grote romancyclus. Maar twaalf jaar later blijkt Kauws verbond onverhoopte gevolgen te hebben. Een bijna vergeten gevaar neemt nieuwe vormen aan. En hij, Mus en de anderen verzamelen zich wanhopig voor De Laatste Jacht.
