Tegen de vuurrode achtergrond vielen de zwarte schaduwen meer op dan ooit. Het leek alsof ze ergens op wachten.
Een bevel?
Na geruime tijd kwam de kolkende massa onder hen in beweging en er ontstond een figuur. Gele roofdierogen die giftig onder een donkere kap hun dienaren opnamen. Hij stak een benige vinger uit en een vaag beeld werd zichtbaar.
In de zee van bloed verscheen het beeld van een klein meisje. Haar onschuld en vrolijkheid verlichten de ruimte waarin ze zich bevond en toverden een glimlach op het gezicht van de aanwezigen.
Als monniken die stoïcijns hun taken verrichten, zo knikten de zwarte gestaltes echter en langzaam losten ze op om zich van hun lugubere taak te gaan kwijten.
