Boek/-763684006

Er was eens een vrouw die heel graag een kindje wilde, maar ze wist helemaal niet waar ze dat vandaar moest halen.

Toen ging ze naar een oude heks en zei tegen haar: 'Ik zou zo vreselijk graag een kindje willen hebben. Wil jij me niet zeggen waar ik dat vandaan moet halen?' 'O ja, dat spelen we wel klaar,' zei de heks. 'Hier heb je een gerstekorrel, maar niet zo een als er op de akker van de boer groeit, of die de kippen te eten krijgen. Stop hem in een bloempot, dan zul je eens wat zien. 'Dank je wel,' zei de vrouw en ze gaf de heks twaalf stuivers, ging toen naar huis, plantte de gerstekorrel en er begon meteen een mooie, grote bloem uit te groeien. Die leek precies op een tulp, maar de bladeren zaten nog dicht, alsof hij nog in de knop zat. 'Wat een prachtige bloem,' zei de vrouw en ze kuste de mooie rode en gele blaadjes. Op het moment dat ze dat deed, gaf de bloem een harde knal en ging open. Het was echt een tulp, dat zag je, maar midden in de bloem, op het groene stoeltje, zat een piepklein meisje, heel fijntjes en heel teer. Ze was niet groter dan een duim en daarom werd ze Duimeliesje genoemd.

Een beeldig gelakte notendop kreeg ze als wieg, blauwe vioolblaadjes waren haar matras en een rozenblaadje was haar donzen dekbed.