Boek/1048776821

Op de vooravond van Kerstmis 1065 keert Finan Aeldhelmson uit Pevensey terug. Op het strand ontmoet hij Ansgar, de monnik met de groene ogen, die hem de ondergang van het Angelsaksische rijk voorspel. Finan ondergaat de kracht uit de groene ogen en zal zich voortaan bespied voelen door de duivel, die hem geluk en rijkdom biedt in ruil voor zijn ziel.

Als de invasievloot van Willem van Normandië landt, schaart Finan zich achter koning Harold. De Normandiërs zegevieren.

Finan vlucht voor de vijand, houdt zich enkele weken schuil en keert terug naar Aeldhelmshoeve. Hij treft verwoesting aan.

Vermomd als geestelijke zoekt hij zijn verloofde Itte maar slaagt er niet in haar te vinden. Bedreigd door een epidemie, verlaat hij de stad. Onder de vluchtelingen ontmoet hij Ittes vader en verneemt dat Itte vermoord is. Finan wil zich niet aan de Normandiërs onderwerpen en reist naar Exeter, waar nog vrede heerst. Hij slaagt er in een kind van kreupelheid te redden.

Inmiddels dringen de Normandiërs dieper het land binnen en weer moet Finan vluchten. Hij begeeft zich naar het klooster van St. Albans, waar zijn broer monnik is; ook Finan wil tot de orde toetreden, maar vat liefde op voor de wereldse Adelize. Hij volgt haar naar Londen. De zonde brengt hem echter geen geluk en als boeteling keert hij terug naar St. Albans, waar de geheime kracht zich opnieuw openbaart en hij een stervende geneest. Hij besluit monnik te worden. Als zendeling van de geheime kracht zal Finan zich op onbekende wegen begeven.