Mercer is, aan de vooravond van zijn eerste ruimtevlucht, een beetje nerveus, al gebeuren er dan geen ongelukken meer in de ruimte. Met vliegtuigen ja, en ook op het aardoppervlak vinden nagenoeg dagelijks mensen de dood, maar, dankzij alle kosten en moeite, niet of zelden bij ruimtereizen. Mercer verkeert in de ongelukkige situatie in naam ruimtevaarder te zijn, maar in feite is hij niet meer dan steward voor de passagiers, de laagste levensvorm voor de ruimtevaarders in de controlekamer. Als hij de zaak in de hand wil houden moet hij zorgen dat de passagiers zijn status niet ontdekken. De eerste officier van de Euridyce schijnt zijn problemen te moeten vergoten, want nauwelijks heeft Mercer voet aan boord gezet of hij krijgt te horen: 'Als u een probleem zou hebben, vraag dan niet te snel mij om hulp. Stel het zo lang mogelijk uit, want wij zullen niet glimlachend uw taak overnemen.' En Mercer hééft problemen: de veiligheidsoefeningen en overleveringstechnieken, zoals het handboek die voorschrijven. Maar niemand helpt hem.


