Boek/10791

Een achtenswaardige Engelse weduwe van rond vijftig jaar, in de burgelijke stand ingeschreven als mevrouw Searwood, staat in de oorlogsjaren op de bus te wachten in een stille Londense straat. Wanneer zij zich bij toeval omdraait ontdekt zij achter zich de reusachtige gestalte van een authentieke roodhuid. Het is het grote opperhoofd Witte Veer, die al 350 jaar dood is, 250 maal doctoreerde te Oxford en Cambridge en die nu het gezelschap zoekt van mevrouw Searwood, van wie een verre voorzaat enkele honderden jaren geleden eens vriendelijk tegen hem is geweest.

Op dit moment nemen de dolle avonturen van tante Searwood met haar onzichtbare, dode en onuitsprekelijke geleerde Indiaan een aanvang. Hij is overal, gaat overal, weet alles, kan alles en lost alles op. Het is te begrijpen dat tante Searwood een beslissende invloed krijgt op het wereldgebeuren. Zij gooit niet alleen ballen op een tuinfeest die in een hoek van richting veranderen en hoe dan ook alle kegels omstoten, maar lost ook even het angstwekkende probleem van het Duitse geheime wapen, de lange-afstandsraket, op door per gestolen vliegtuig foto's te gaan maken van de startplaatsen in Frankrijk.

Iedereen leeft natuurlijk in de vaste overtuiging dat tante Searwood stapelgek is. Zij praat tegen mensen die er niet zijn en spreekt voortdurend over haar dode Indiaan. Luchtmaarschalken, psychiaters en zelfs de eerste minister worden er tureluurs van.

Maar tante Searwood is en blijft een nuchtere, minzame, bejaarde dame, die tenslotte haar hartewens in vervulling ziet gaan en de eenzaamheid van haar leven een einde ziet nemen.