Een ruimteschip in het Niets, een ruimteschip op weg naar God - de plaats van handeling is het toneelstuk, waarmee de beeldhouwer-roman-en verhalenschrijver Jan Wolkers debuteert: De Babel. Drie professoren (biologen-natuurkundigen) en twee technici bevinden zich aan boord van het ruimteschip, vegeterend op algen. De techniek heeft hen in de steek gelaten: de straalroeren zijn in de lege ruimte verschroeid, de bemanning kan niet meer naar de aarde terugkeren en is gedoemd tot aan haar dood in de ruimte te blijven. Aan boord bevindt zich temidden van de andere instrumenten een meetapparaat, waarmee intensiteit van de kosmische straling kan worden gemeten - en omgezet in menselijke spraak: het is God zelf die spreekt. De interpretatie die Charms, de leider van de expeditie, te horen krijgt, maakt hem waanzinnig: God weet niets meer van zijn schepping af en in razernij gaat de bemanning ten onder, in het beklemmende decor van de stalen doodskist in de lege ruimte.
'Er gebeuren geen vreemde dingen in het stuk', waarschuwt de schrijver, 'geen ontmoetingen met vreemde mensen op vreemde planeten, wat men in een ruimtestuk zou kunnen verwachten'. Het stuk telt drie bedrijven, is geschreven in begrijpelijke taal, het is modern in de klassieke betekenis van het woord, met eenheid van plaats en tijd (als er in de ruimte tijd bestond): het behoort tot de opmerkelijk stukken van het nieuwe seizoen, en op het repertoire van toneelgroep Studio is het een belangrijk, Nederlands debuut.


