Als je aan je ouders of leraren vraagt: Wat betekent polymorf?, dan antwoorden ze: met verschillende gedaanten. Maar als je hun vraagt wat een polymorf eet, hoe hij praat, hoe hij er dan wel uitziet, waar hij woont, of hij een fiets heeft en of hij wel eens naar de tandarts of naar school moet, dan fronsen ze hun wenkbrauwen en vragen of je alsjeblieft met die onzin wil ophouden. En als ze graag netjes spreken, zeggen ze vast en zeker nog dat polymorf niet op een levend wezen slaat, maar gewoon een bijvoeglijk naamwoord is, zoals 'dik' of 'klein' of 'gemeen' en dat ze niet begrijpen hoe die bijvoeglijke naamwoorden in vredesnaam fietsen kunnen hebben. Maar jij kunt ze vertellen dat ze schromelijk vergissen.
