Daar lag Peter, onbeweeglijk, met dichtgeknepen ogen. "Laat me naar huis gaan," smeekte hij. "Dit is niet grappig meer." De rennende voetstappen stierven weg. Twee stralen warme, klamme lucht bliezen in Peters gezicht en een tong gleed zachtjes over zijn handen. Er volgde een gejammer: "Niet dood, niet echt." Toen voelde Peter hoe zijn hele lichaam werd omgedraaid. Er zat veel kracht achter die beweging en Peter kon onmogelijk opgekruld blijven liggen. Dus opende hij zijn ogen en... keek recht in een groenig gezicht, ongeveer even groot als het zijne.
Peter heeft een computer-spelletje besteld uit het computertijdschrift van zijn vriend Ivan. Maar er blijkt iets vreemds mee aan de hand te zijn...


