Paloma en haar moeder verkopen limonade aan toeristen, bij de voet van de Zonnepiramide in Teotihuacán (Mexico). Van een vriendje krijgt Paloma een zelfgemaakt aardewerk fluitje. Als ze de fluit uitprobeert neemt iemand haar bij de hand en vertelt de Azteekse legende over het ontstaan van de mensheid. Het is Ikko, een jongen van het volk dat de stad bouwde (500 jaar vóór de komst van de Azteken). Ikko werd vooruitgestuurd in de tijd om Paloma te halen. Als Paloma fluit, is ze 1000 jaar terug in de tijd. Ze ziet de stad tijdens het Grote Regenfeest, ze ziet het Dodenrijk en vliegt als uil boven de stad. Ook ziet ze hoe de stad verwoest zal worden. Dan wordt ze weer teruggestuurd naar haar eigen tijd, om de mensen te vertellen wat de echte geschiedenis van het piramide-complex is.
