In de meeste moderne Indiaanse romans is de protagonist een op drift geraakte (halfbloed- ) Indiaan op zoek naar een visioen van volmaaktheid.
In De dromen van Jesse Brown geven de ervaringen in zijn droomwereld, waarin hij historische gebeurtenissen aan het einde van de negentiende eeuw (het bloedbad bij Wounded Knee en 'Custer' s Last Stand') opnieuw beleeft, Jesse Brown de nodige innerlijke kracht in zijn strijd tegen het handjevol paranoïde technocraten dat tien jaar na de grote nucleaire wereldramp de 'Nieuwe Staten' bestuurt. In het wereldbeeld van deze elite zijn de Indianen die zich in de nieuwe hoofdstad gevestigd hebben - een groep overlevenden uit ver van de getroffen doelen gelegen reservaten - nutteloze elementen die uitgeroeid moeten worden.
Uiteindelijk lopen de dromen van Jesse Brown en de werkelijkheid in elkaar over en wordt de verbinding tussen verleden en heden hersteld.
