"De Politiek is de kunst van het mogelijke". Aldus werd het door de een of andere staatsman geformuleerd, die ons daarmee een draad voor die onbegrijpelijke doolhof in handen wilde geven. Doch sedert Pa Pinkelman zich erin begaf, is het de Kunst van het Onmogelijke. Hij knoopt alle draden door elkaar en loopt die doolhof in met de verrukkelijke zekerheid van een slaapwandelaar. En aan zijn zijde de eeuwige tante Pollewop, die komische patrones van de huwelijksvrouw, wier devies: "Theo, je bent een heerlijke man", op dit punt duidelijker is dan vele encyclieken.
En dan geschiedt het wonder van Bomans satire. Als dit onmogelijke tweespan in de "Kunst van het Mogelijke" terechtkomt is het een "Umwertung aller Wette". Pinkelman blijft op de grond, met beide benen, maar al de anderen, de ministers, Kamerleden en fractieleiders, lijken plotseling koordansers en circusacrobaten die met het hoofd naar beneden hangen. Zij worden onmogelijk, niet hij. Hij is de gewone man, het geweten der Democratie, die in de Kamer steeds genoemd, maar nooit gezien wordt. Want als hij er binnentreedt blijkt het dat de Kamer scheef staat. De vroede mannen beschouwen deze man met zijn bolhoed en regenjas als een slome duikelaar. Maar een duikelaar staat altijd weer loodrecht. Dat is het Program van Pa Pinkelman in de Politiek (P.P.P.P.). En het is de grote kunst van Bomans, dat hij zijn held hierin nimmer verloochent.




