De Reis naar het Westen verhaalt van de belevenissen van de priester Xuanzang die door de Tang-keizer (7e eeuw) naar het westen wordt gestuurd om daar de heilige boeddhistische geschriften op te halen. De vertelling begint echter met het verhaal van de Aap, die de priester later zal begeleiden. Aap wordt geboren uit een steen, die was bevrucht met zaad uit Hemel en Aarde. Hij ontpopt zich als leider van een groep apen, maar wordt rusteloos zodra hij geconfronteerd wordt met zijn sterfelijkheid en het vooruitzicht op een wedergeboorte. Hij gaat in de leer bij een oude wijze om het geheim van de onsterfelijkheid te ontdekken. Hij verwerft steeds meer krachten en hij krijgt het al snel hoog in zijn bol.Zijn hoogmoedigheid valt slecht in het hemelse hof, waar de Jade keizer zetelt. Na diverse gevechten lukt het om de lastige Aap gevangen te zetten, en hij wordt onder een bergtop geklemd. Uiteindelijk is het bodhisattva Guanyin die Aap komt redden; zij is op zoek naar leerlingen die priester Xuanzhang op zijn Reis naar het Westen zal vergezellen. Door goede daden te verrichten kan Aap zijn schulden inlossen en dat belooft hij haar maar al te graag. Zijn religieuze naam wordt Hij Die de Leegte Leert Kennen (Sun Wukong).Nog twee andere figuren zullen Xuanzang vergezellen. Eén is Broeder Zand, die tot dan een straf uitzat als monster in een rivier. De derde metgezel is een monster in varkensgestalte (Zhubajie) dat verbannen was naar een berg en in leven bleef door af en toe een mens te verschalken. Met hulp van dit wonderlijke drietal ging priester Xuanzang uiteindelijk op weg, naar het westen, niet wetend dat hem 81 beproevingen stonden te wachten. Deze beproevingen vormen het leeuwendeel van de vertelling.
