Als Oom Klaas een brief van koning Neppo-Neppi ontvangt, waarin hij schrijft dat zijn dochtertje Gondelijntje verdwenen is, besluiten Puk en Muk haar te gaan zoeken. Op hun ponny vertrekken ze naar het land van de Neppers. Onderweg brengen ze een bezoek aan Holle-bolle-Gijs, die mager van verdriet geworden is. Hij vertelt dat het land bezet is door de Slokoppers, die het land binnenvielen op een mooie dag in mei. Ze roofden en plunderden, zodat er bijna geen eten meer was. Omdat Holle-bolle-Gijs een versje gemaakt had, waardoor de Slokoppers hem bedreigden, moest hij fl. 250,- boete betalen, waardoor hij geen geld meer had om eten te kopen. Puk en Muk delen hun boterhammetjes met hem en als ze weer verder gaan, komen ze langs het schoenmakertje Jantje Glazenkast, dat plotseling Baron is geworden en veel geld heeft. Hij is een vriend van de Slokoppers geworden en noemt ze het Herrenvolk. Van zijn vroegere vriend Holle-bolle-Gijs wil hij niets meer weten, omdat die meer vriend is van het land van Jan Bul, dat aan de overkant van de Mosselenzee woont.
