In Alvin de gezel, het vierde deel van de magnifieke alternatieve geschiedenis van het ontstaan van het fenomeen Amerika, De levens van Alvin Maker, bewandelt Orson Scott Card opnieuw onverkende paden van zijn rijke fantasie.
Alvin de gezel opent waar Alvin in de leer ophield. Met zijn jonge vriend Arthur Stuart, zijn 'levende' gouden ploeg, een portie gezouten varkensvlees en een verschoning trekt Alvin Maker de wereld in om te weten te komen hoe en waar hij zijn Kristallen Stad moet bouwen. Tussentijds onderricht hij wie dat maar wil in de geheimen van de magie. Alleen, beseft hij namelijk maar al te goed, zal hij zijn stad nooit kunnen bouwen. Als het tweetal op hun omzwervingen ook Hatrack aandoet, waar Arthur Stuart opgroeide en Alvin in de leer was, slaat de Vernieler, die bron van kwaad die zich meestal manifesteert als water, weer toe. Niet met water deze keer, de Vernieler hanteert deze keer een verfijnd wapen: mensen.
Alvins voormalige werkgever sleept hem voor het gerecht omdat hij zelf de gouden ploeg wil hebben. De Vernieler grijpt de rechtszaak aan om oude en nieuwe vijanden van Alvin Maker te mobiliseren om hem veroordeeld te krijgen - het liefst tot de strop!
Vrienden en vijanden van Alvin beginnen al te wanhopen als plotseling een begaafd Londens advocaat opduikt. Maar of hij voldoende in zijn mars heeft om de advocaat van de Vernieler aan te kunnen?
Alvin de gezel - het vierde deel van de fantasy-cyclus met als hoofdpersoon de zevende zoon van een zevende zoon, gesitueerd in een alternatief maar vooral pastoraal negentiende-eeuws Amerika waar bezweringen, begoochelingen, amuletten en tovertekens alledaags zijn, kortom waar magie... werkt.


