Boek/1510603224
Toen Dik Doruske een nieuw konijnenhok had getimmerd, rammelde hij van de honger. Ik ga eens flink eten, zei hij. Hij stapte zijn huis binnen. Daar lag alles overhoop. Bezems, handvegers, dweilen, poetslappen, boenwas, emmers, potten en pannen bedekten te vloer. Aan de muur ging geen schilderijtje meer. De lampekap was weg en de kachel stond niet op haar plaats. Het was een bende. Wat een rommel, zei Dik Doruske toen hij op een margarinekistje ging zitten.
