In het jaar 1147 krijgen de zo lang onderdrukte volkeren van de Melkweg na een lange en bittere strijd eindelijk weer de vrijheid. Niet alleen de Cantaro's en de andere hulptroepen van de geheimzinnige Meesters van de Straten konden worden uitgeschakeld, maar ook de Meesters van de Straten zelf, waarvan uiteindelijk bleek, dat ze slechts een mimicry-manifestatie van het genie Monos bleken te zijn, de aartsvijand van Perry Rhodan. Het is inmiddels december van het jaar 1169. Sinds het einde van Monos zijn er twee decennia verstreken en het nieuwe tijdperk, dat eigenlijk aanbrak met het ontwaken van het Maanbrein, is dus allang aangebroken. Desondanks valt er in de Melkweg op het gebied van het overwinnen van het leed uit het verleden nog veel werk te verzetten. Er moet puin worden geruimd, wonden geheeld en oude waarden en normen moeten worden hersteld. Voor de dragers van de cellenactiveerders breekt er echter een moeilijke tijd aan. Ze moeten op bevel van HET hun levensverlengende apparaten inleveren en krijgen in plaats hiervan een celdouche, zodat ze nog 62 jaar te leven hebben. Twee personen gaven geen gehoor aan het bevel en men probeert hun lot te achterhalen. Na een hardnekkige speurtocht komt men in contact met het jonge volk van de Linguiden en belanden Perry Rhodan en zijn gevolg op een wereld van de Linguiden...


