De Oudste Zang is het vijfde verhaal uit de kronieken van het Verscholen Volk. Twee en een halve eeuw na de dood van de Spreker Mus is Uil, de laatste Oude, als enige van zijn metgezellen nog in leven. Haar einde nadert – en mogelijk niet enkel het hare, want de wereld is ondanks Mus’ inspanningen veranderd en de dagen verdonkeren zonder dat het wordt beseft. Vrijwel overal is het keldervolk verjaagd en de oorsprong van de Sprekers is vergeten, evenals wat ze hebben betekend. Eén man legt zijn wil op aan de snel groeiende steden en hij stuurt troepen uit om het laatste verzet te breken. Oorlog is op handen. Uil, zich ontheemd voelend, dolend door een tijd die ze niet wil, zwerft rond met in haar hoede een nakomeling van Mus. Ook over hem, Kat, voelt ze zich onzeker. En misschien vreest ze de jongen, al heeft ze hem lief.
