Anker gelicht. Last van mijn rumatiek. Ik voelde dat er regen zou komen. Een groote menigte had zich aan de kade verzameld om ons vaarwel te zeggen. — Ontving eene deputatie van de K.I.K.A. Zijn boden mij een paraplu met gouden knop aan. — Het vrouwvolk kreeg prachtige orchideeën. — De buren vragen of ik gek ben. — Het begon te regenen; de menigte ging uiteen. — 't Was 'n heele herrie om de Ark vlot te krijgen. — Half uur te laat vertrokken. Cham vergist zich telkens in de krukken. Het strijkje van de boot speelde de volksliederen terwijl we wegzeilden. Ik verzond prentbriefkaarten aan al mijn vrienden; gaf ze aan de loods om te posten. Zette hem af om 7.30. Het speet me dat hij ging. — De lading houdt zich heel rustig. — Benieuwd of ik last van zeeziekte zal hebben.
