Boek/1672

September 1987: in Washington vindt de jaarlijkse vergadering van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) plaats. Deze keer nemen de arme landen van het zuidelijk halfrond het heft in handen en weigeren verdere betaling van hun schulden. Het lijkt erop dat het monetaire systeem van de rijke landen op instorten staat, echter de Britten, Amerikanen en West-Duitsers starten een offensief en verbannen - als reactie op de 'economische agressie' - de grote schuldenaren uit hun banksysteem en de fondsen die daarbij horen. De zuidelijke staten organiseren onmiddellijk driekwart van de wereldbevolking in de Verenigde Naties,: de scheuring is compleet. Geen van de machtsblokken blijkt stabiel te zijn, in het Noorden vreest Japan geïsoleerd te raken door de protectionistische maatregelen van het rijke Westen en begint samen te werken een groot deel van Azië, Australië en Nieuw-Zeeland. De Sovjet-Unie, die lange tijd gezien werd als aanvoerder en vriend van de arme landen, voelt zich in het nauw gedreven door de groeiende macht van China en de Moslimfanaten die in Centraal-Azië de revolutie preken. Bovendien worstelt Rusland wanhopig met een steeds groter worden voedseltekort. Het Zuidelijk front blijft redelijk gesloten maar in de economische strijd is geen van de partners in staat de ander tot steun te zijn. Afrika en Latijns-Amerika kunnen uiteindelijk hun industrieën niet meer gaande houden en de honger slaat toe in de grote steden. Dan begint het Zuiden een ongenadige en geperfectioneerde guerrillaoorlog en blijkt hoe hypergevoelig de hoogtechnologische samenleving voor deze techniek is.