Sinds mensenheugenis houden de clans van de Omarheksen zich verborgen voor die van de bloeddorstige Odish, in afwachting van de komst van de uitverkorene, zoals voorspeld in de oudste Profetie van O.
De Omar, afstammelingen van Om, zijn sterfelijk, verbonden met de natuur en kenners van haar geheime krachten, vroedvrouwen en moeder. De Odish, afstammelingen van Od, zijn onsterfelijk, bloeddorstig, onaards mooi en machtig, maar onvruchtbaar.
Anaíd, de uitverkorene, is meer in verwarring dan ooit nu ze haar verleden kent. Ze weet dat haar moeder Selene geen enkel vertrouwen heeft in Gunnar, Selenes ex-geliefde en vader van Anaíd, omdat hij de zoon is van een machtige Odish.
Maar Gunnar is Anaíds vader, de vader die ze nooit gehad heeft en nu ineens wel, hij houdt van haar, hij is gekomen om haar te zoeken en bovendien is het een held! Hij beschermt haar tegen de slechte Baälat, hij begrijpt haar, wat kan ze meer willen van een vader?
De jonge Anaíd neemt een beslissing met verstrekkende gevolgen, want de Omar beginnen bang van haar te worden en gaan haar uit de weg. De volgende stap is dat ze haar opjagen om haar voor eeuwig het zwijgen op te leggen.
Daarmee is de vloek van Odi uitgekomen: de uitverkorene is voor de verleiding bezweken en een Odish geworden...


