De koning van Serendip wil zijn drie zonen een degelijke opvoeding geven. Daarom geeft hij hen een zware opdracht: zoek het tovergedicht dat de draken in de zee rondom het eiland Serendip laat verdwijnen. De drie broers vertrekken naar het vasteland en gaan op zoek naar het gedicht. Ze geven raad of hulp waar ze kunnen en af en toe worden ze beloond voor hun geduld. Na enige tijd hebben ze al enkele zinnen van het gedicht. Ze helpen ook een koning die onder de indruk is van hun wijsheid. Hun hulpvaardigheid doet hen in gevaarlijke situaties belanden, maar ze slaan er zich telkens weer doorheen. Hun devies ‘Let op en kijk om je heen, wees gevoelig en wees dankbaar’ maakt indruk op al wie met de broers te maken krijgt. Maar gaan zij hun opdracht tot een goed einde kunnen brengen?
