De hoge fluittonen van het dwaallicht waren gedaald tot een onmenselijk snel gebrabbel. 'ffoetmij... ffoetmij... FOETMIJFOETMIJFOETMIJ.' Het dwaallicht bleef die ene zin herhalen als een smekende litanie.
Tars hield een stuk van de wortel voor het dwaallicht. Graaiende tentakels scheerden razendsnel langs zijn vingertoppen en een felle kou beet door zijn vingers, gevolgd door bijtende pijn. Het dwaallicht zweefde van Tars af, sereen als een luchtbel. 'Wil je meer?' vroeg Tars aan het dwaallicht. 'Wees dan een spoorzoeker. Verlicht de ruimte en wijs mij verdere doorgangen.'
Het dwaallicht voerde het spinnen op tot een oorverdovend gillen. De tentakels zwiepten om elkaar heen en deeltjes groen licht spetterden in het rond. Het dwaallicht rolde langzaam naar de duisternis van de kamer. Het groen opgloeiende stofpatroon dat het achterliet maakte geleidelijk de reusachtige kamer zichtbaar. Het plafond werd ondersteund door rechthoekige pilaren die groot genoeg waren om dienst te doen als wachttorens. In het midden van de ruimte stond een kolossaal beeld van een man op een troon.
Sluipend, alsof hij een muis was in de voorraadkast van de goden, naderde Tars het beeld.
En zo beginnen de bezoekingen voor Tars, snoevende avonturier in dienst van de Nosferatu. Opgejaagd door de dodelijke 'gnologie van de IJzeren Kerk, achtervolgd door heilloos fluisterende schimmen... Een verfrissend originele, puissant ideeënrijke Fantasy-roman!




