Boek/180322182
In het begin waren we nooit alleen. We stonden met onze blote voeten midden in de overvloed, en als we gingen liggen, dan was het alsof we in het leven verdronken. Dan zochten de vrouw en ik elkaars hand en trokken we elkaar als het ware op het droge.
'Gaat het?' zei zij dan tegen mij, of ik tegen haar.
En dan ging het weer.
