In zijn nieuwe boek, dat wat karakter en inhoud betreft sterk herinnert aan zijn eerste groet succes "Erik", vertelt Godfried Bomans ons de ervaringen van het jongetje Simon gedurende tien opeenvolgende nachten. Het zijn inderdaad heel wònderlijke nachten, want het jongetje Simon beleeft dingen, die U en ons nooit overkomen zijn. Hij wordt gewekt door een kabouter, die hem voor het gemak even klein maakt als hij zelf is, hij verplaatst zich in een oogwenk over grote afstand van duizenden kilometers, hij maakt het huwelijk tussen een tinnen soldaat en en lappenpop mee, hij is kind aan huis bij torren, muizen en goudvissen - kortom, het is wonderlijk, heel wonderlijk allemaal.
Maar het wonderlijkste is misschien nog wel dat Godfried Bomans ons al die gebeurtenissen als werkelijkheid weet voor te stellen - we gelóven het allemaal, we worden volledig in Bomans' fantasiewereld opgenomen, en aan het slot van dit kostelijke boek moeten we ons, evenals het jongetje Simon, even de droom uit de ogen wrijven, zo écht wat het - en zo mooi. De Nederlandse Andersen is hier stellig op zijn best en hetzelfde kan gezegd worden van Karel Thole, die het boek van talrijke verrukkelijke tekeningen voorzag.




