Dylan schrok wakker door de ouderwetse trekbel. Hij liep op zijn tenen naar het raam, gluurde naar buiten en deed instinctief een stap achteruit. In een portiek aan de overkant van de straat stonden twee gedaanten met lange jassen aan en ouderwetse hoeden op het hoofd. Hij stapte voorzichtig opzij en keek naar beneden. Daar, onder hem! Er stond precies zo'n vent voor de deur. Van de zwarte hoed was alleen de bovenkant te zien. Dylan haastte zich geruisloos naar beneden. In de geheime tunnel ben ik veilig, dacht hij. Hij schoot de keuken binnen en vluchtte naar buiten, naar de regenput. Hij klom de ladder af en gaf er een trap tegen zodra hij veilig bij de ingang van de onderaardse gang stond. De ladder verdween in de diepte en liet een plons horen. Als die drie kerels er in slaagden hem te volgen en in de regenput keken zou er geen spoor van hem te zien zijn.
In dit boek vertelt John Brosens het adembenemend avontuur van Dylan van der Hof - een doodgewone jongen van vijftien. Door een raadselachtige staaf uit de erfenis van zijn Oom Louis krijgt hij toegang tot onzichtbare wegen die supersnel naar verre streken leiden. Bizar! Helaas, iedereen vindt hem een fantast. Alleen Carla, een gothic girl zonder vrienden, gelooft hem. Maar het gebruik van de staaf is bestemd voor ingewijde leden van een geheim genootschap. Daarom jagen er al snel Collectors op hem.


