Zouba zette zijn lippen op Arba's ontblote navel. Hij zoog haar energie op en ademde deze in de vorm van kleurige rook uit. 'Niet goed,' mompelde hij. Van inspanning begon hij een wrang ruikend slijm uit te scheiden. Peinzend stond hij tussen de lichamen van de twee vrouwen: de een dood, de ander amper levend. De vlezige slierten die als een bizarre imitatie van haar uit zijn hoofd sproten bewogen zich onrustig, zoals zijn hersens zich in kronkels draaiden om een diagnose te stellen. Wantrouwig keek hij Blessen aan. 'Jij begrijpt het?' vroeg hij alsof hij hem om raad vroeg.
Het Kreng heeft al millennia lang, als sinds voor de zonneknal, de lichamen en persoonlijkheden van zijn slachtoffers gestolen. De door Zonneziekte besmette Blessen achtervolgt het Kreng door de duistere Darmen van Gar, als het moet tot bovengronds in Het As der Helden. Bijgestaan door lotgenoten die nog zieker zijn dan hij en door een slijmerige mutant die hij zijn vriend noemt, zint hij op wraak.
Elf prachtige Fantasy- en griezelverhalen van één van Nederlands meest fijnzinnige fantastische schrijvers. Van bezoedelend rode bloedwraak en de okers van de decadente kunst tot de duisternis van de ongeborene.


