Boek/2102834900

Al vanaf zijn geboorte in Afrika, wil het olifantje Flapje bij de mensen wonen. Daar slaapt hij in een wieg en speelt in de box. Als hij groter wordt, gaat hij naar school, leert lezen en doet aan gymnastiek. Na school speelt Flapje graag buiten. Dan rijdt hij op zijn autoped, of gaat voetballen. Flapje is erg sterk, zo deukt hij een auto, waar hij bovenop is gaan zitten en duwt een tram voort. Als Flapje groot is, moet hij geld gaan verdienen. Flapje wil dienstmeisje worden, maar is hier niet zo geschikt voor, want als hij de bedden moet opmaken, gaat hij er een dansje op doen, zodat hij niet meer terug hoeft te komen van zijn mevrouw. Dan probeert hij het achtereenvolgens als boerenknecht, veldwachter, bruggewachter, overwegwachter, kok en koetsier. Doch niets lukt hem. Hierdoor gaat hij toch zó verlangen naar huis, dat hij op een drafje naar de kade loopt en op de boot springt, die juist naar Afrika vertrekt. Zo gaat hij terug naar zijn geboorteland, waar zijn hele familie vol verlangen op hem staat te wachten. Wat is Flapje nu weer blij!