Het is inmiddels achttien jaar na de oorlog van de Grote Scheuring. In Midkemia heerst al jaren betrekkelijke rust. Aan deze periode van vrede en voorspoed dreigt nu abrupt een eind te komen.
Prins Arutha, de troonopvolger, geeft te kennen niet van zins te zijn op te eisen wat hem rechtmatig toekomt en zijn tweelingzonen, Borric en Erland, zijn beiden te jong en te onervaren om de verantwoordelijkheden die het koningschap met zich meebrengt met succes te kunnen dragen.
Als voorbereiding op hun toekomstige taak stuurt Arutha de tweeling ter beproeving met een belangrijke diplomatieke opdracht naar Kesh, zonder te weten dat in de oostelijke provincies de donkere wolken van een paleisrevolutie en een volksopstand zich samenpakken.
Een aanslag op het leven van de tweeling is de aanleiding tot een avontuur dat de prinsenzonen meevoert naar de gevaarlijkste streken van Kesh, waar levensbedreigend gevaar geen adempauze toestaat.


