In een land zonder spiegels wordt de rijkdom afgemeten naar het aantal kijkers dat men heeft. De koning heeft natuurlijk de meeste en zij sloven zich uit in het vleien. Een jongen van de maan (zo gezegd de broer van Gabriël, de zonnestraal) daalt in dit land af., met een spiegel. Hij komt terecht bij een oud vrouwtje, dat hem ondanks haar armoede goed verzorgt. Maar de aanwezigheid van een spiegel, die inmiddels al in rovershanden is gevallen, in het land wordt bekend en er begint een jacht op, waaraan de belanghebbenden deelnemen. Enerzijds zijn het ’s konings kijkers, die hun ontmaskering vrezen, en anderzijds, de jongen van de maan met zijn helpers, de dieren en het oude vrouwtje. De spiegel wordt heroverd maar in scherven. Toch krijgt menigeen nog een kans om in een scherf te kijken. Zo begint de menswording van een door vleierij gekweld volkje.


