Boek/448816948

‘Het was precies 22.00 op 2 juni toe Nina opstond uit bed en zoals altijd de arme Plato op de grond liet vallen. Ze holde naar de badkamer en toen ze haar hand onder de waterstraal hield, zag ze dat de ster enorm gegroeid was, ze bedekte haar hele handpalm. Pikzwart... dat was haar nog nooit gebeurd. 'De zwarte ster... het teken van gevaar. Wat moet ik doen?' piekerde ze. Angstig rende ze naar de kamer van tante Carmen, die haar armen om haar heen sloeg en haar hand bette met watten gedrenkt in rozenwater. Plato miauwde wanhopig en sprong op de kast. Adonis blafte en krabde met zijn poten tegen de buitendeur alsof hij eruit wilde. Carmen wist niet hoe ze Nina en de dieren moest kalmeren. Het leek wel of in die nacht de hel was losgebarsten. En het was waar, de hel was er. Die was overal. Ze zat in de lucht.’