Boek/4921872

Het is orakeldag in Delphi. Een lange rij mensen staat te wachten voor de tempel van Apollo. Iedereen wil de zonnegod om raad vragen, of hem danken voor zijn gunsten. Een uitgeputte bonte kraai landt op het hoofd van een herdersjongen. De vogel heet Cornix en blijkt eigenlijk een prinses te zijn, die door de godin Minerva in een bonte kraai is veranderd. Net als de herdersjongen wacht Cornix tot het haar beurt is om de tempel van Apollo te betreden. Om de tijd te doden begint de vogel verhalen te vertellen. In die verhalen weten de mensen keer op keer de toorn van de goden te wekken; ze worden op allerlei manieren gestraft. Maar ook de goden zelf hebben zo hun problemen...

Steeds meer mensen verzamelen zich om de jongen met de kraai. Allemaal luisteren ze ademloos naar de verhalen over Orpheus en Euridice, over Arachne en Minerva en over koning Midas, die zo gek op goud was.