Boek/5147

Twee Franse geleerden worden beroofd van hun papieren, wanneer zij uit een driehonderd meter diepe grot weer boven de aarde komen met een ontdekking die van eminent belang is voor de wetenschap en de militaire ontwikkeling. Francis Coplan van de Franse geheime dienst ontvangt de opdracht de documenten op te sporen voor zij in handen vallen van onverantwoordelijke elementen, die er een wereldramp mee zouden kunnen veroorzaken. De spannende tocht voert hem onder meer naar Duitsland en Amsterdam, waar hij op de Keizersgracht een schone maar domme jongedame op andere gedachten moet zien te brengen, wat hem bijna nog meer inspanning kost dan de afrekening met duistere lieden die het op zijn leven hebben gemunt.