Gerald Kersh is een van die merkwaardige figuren die met de uiterlijke onbewogenheid van de Engelse gentleman het macabere, fantastische, gruwelijke en ironische van het menselijke doen en laten observeren, en er vervolgens in nuchtere, zorgvuldig gekozen woorden een literaire gestalte aan geven. De niets vermoedende lezer zal door de verhalen van deze in het Nederlandse taalgebied ten onrechte weinig bekende auteur beurtelings geschokt, geamuseerd of ontroerd zijn. Kersh' verhalen zijn van een grote en verrassende verscheidenheid. Nu eens tracht hij een einde te maken aan een kunstzinnige legendevorming, zoals in het verhaal over Leonardo da Vinci en zijn Mona Lisa, dan weer lost hij op ingenieuze en tegelijk huiveringwekkende wijze het raadsel van een spoorloos verdwenen schrijver op. Maar ook het misdaad-, het science-fiction- en het spookverhaal liggen hem uitstekend, en telkens slaagt Kersh erin nieuwe verrassende varianten in deze genres te ontwikkelen.
Deze verhalenbundel zal daarom een openbaring zijn voor iedere lezer, welke zijn smaak en voorkeur ook zijn.


