De vier maanbroeders.
De eerste novelle, "De vier maanbroeders", mogen we zonder meer visionair noemen. Huiveringwekkend is de beschrijving van de georganiseerde zwarte machten in de natuur-des-doods, doch Meyrink laat tevens zien dat de eindoverwinning van de Liefde Gods absoluut vast staat. Een eindoverwinning die niet tot stand zal komen door het optreden van de een of andere "Meester", doch door de Christusgeboorte in het hart van de mens zelve.
De klokkenmaker.
In het tweede verhaal beschrijft de ik-figuur zijn ontmoeting met de oude klokkenmaker, wiens credo luidt: "het hoogste weten is niets te weten" - de spreuk van Christiaan Rozenkruis. Bij deze ontmoeting worden hem de ogen geopend voor alle tijd-gebonden waan en tevens ontvangst hij de waarschuwing van nieuw verworven inzicht niet ijdel te tonen, doch het vrucht kan dragen in een "niets meer weten , doch alles kunnen".


