De lange, zwarte Mercedes was exact op tijd.
Hij gleed om de hoek van Whitehall Downing Street in en daar waar het winters zonlicht in dunne stralen op het gepantserd glas viel, wemelde het een ogenblik van rimpelige regenbogen.
Onmiddellijk verhieven zich de banieren, wapperend in de zachte bries, en tegelijkertijd werden de jubelende kreten hoorbaar van de menigte, die samengepakt stond op het trottoir tegenover de deur van nr. 10.
e gezichten waren overwegend jong, helder en stralend van verwachting en trots. De stemmen hieven een ritmisch gezang aan: 'Ash-er, Ash-er, Ash-er...' wat uitmondde in een triomfantelijke litanie.
'ASH-ER! ASH-ER!'
Een stuk of twaalf politieagenten haakten hun armen in elkaar en leunden ruggelings tegen de opdringende muur van lichamen. Goedhartig duwden twee brigadiers iemand uit de massa terug die voor de wagen was gesprongen, zijn armen in een vreugdevolle begroeting geheven...
