Sinds het begin van de 18e eeuw en volgens een enkele zonderling al sinds het derde millenium vóór Christus heeft het jaar 2000 doeners en denkers gefascineerd. Magisch jaar? Jaar van de waarheid? Moment van triomf, tijd van ondergang? Overwinning van de techniek, einde van wereld, uitputting van natuurlijke bronnen, eerste stap in het nieuwe mens-gemaakte paradijs? Alles wat er in de loop van enkele eeuwen toekomstbespiegelingen en futuristische fantasie gezegd en gedacht is, zou ook op het jaar 2000 van toepassing zijn.
In deze kleine geschiedenis van een toekomst wordt een beeld gegeven van de wijze waarop men in de loop der tijden en natuurlijk vooral in deze eeuw over het jaar 2000 gedacht heeft. Van Restif de la Bretonne (1789) tot Edward Bellamy (1888), van Openbaring tot Nostradamus, van Rudyard Kipling tot Arthur C. Clarke, van de piramide van Cheops tot Edgar Cayce, om niet te spreken over de vele 20ste eeuwse SF-verhalen. Het lijkt alsof iedereen over het jaar 2000 het zijne meende te moeten zeggen. Maar hoe interessant, vermakelijk, lachwekkend, fascinerend en huiveringwekkend alle meningen ook zijn, het zal niet verbazen dat, nu puntje bij paaltje komt, blijkt dat de toekomstkijkerij meer over de voorspellers en fantasten dan over dat jaar zelf zegt. Tenzij de laatste jaren van het tweede milenium toch nog een verrassing in petto hebben? In dat geval vertelt dit boek welke dat zou kunnen zijn.


