Geboren te Rheine, Westfalen, Duitsland. Hij was de zoon van Willem Entjes (1894-1979) en Johanna Hermina Septer (1896-1960). De ouders, afkomstig uit in Duitsland wonende Nederlandse families, gaven hun zoon de naam Heinrich, en noemden hem Heinz. Later zou hij de naam Hendrik - zoals zijn grootvader heette - gebruiken. Was een Nederlandse taalkundige en hoogleraar. In 1922 vestigde het gezin zich in Vroomshoop, waar de vader een electriciteits- en loodgietersbedrijf met winkel opbouwde. Hein Entjes groeide op in Vroomshoop, op de rand van Twente en Salland en volgde de HBS in Almelo. Hij bezocht daarna de kweekschool en werd onderwijzer. Hiernaast en erna ging hij verder studeren aan de School voor Taal- en Letterkunde in Den Haag en behaalde uiteindelijk zijn doctoraal Nederlands aan de Universiteit Utrecht. In Den Haag en later ook in Utrecht werd hij beïnvloed door de taalkundige Van Haeringen en kwam hij in contact met de zich toentertijd net ontwikkelende dialectkunde. Van 1974 tot en met 1982 was hij hoogleraar Nedersaksisch aan de Rijksuniversiteit Groningen. Overleden in zijn huis te Nieuwleusen. Co-Auteur: Brand, Jaap
