Geboren te Den Dungen. Op 29 maart 1891 trad hij als frater Maria Joseph in de Congregatie van de Fraters van Tilburg, waar hij op 6 september 1894 werd geprofest. Hij gaf les op lagere scholen in Tilburg (tot 1917), Oss, Udenhout en Goirle. Op 23 januari 1930 is hij directeur geworden van de Le-Sage-ten-Broek Bibliotheek van het blindeninstituut te Grave. Van 1893 tot zijn dood in 1942 was hij redacteur van het jeugdblad De Engelbewaarder, dat door de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg werd uitgegeven. Vanaf 1916 was hij alleen verantwoordelijk voor deze uitgave. Reijnders was samen met frater Sigebertus Rombouts redacteur van de door het R.K. Jongensweeshuis uitgegeven Klasbibliotheek-serie, waarin hij zelf enkele jeugdboeken publiceerde: Groote viervoeters (1915, 3 delen, onder pseudoniem van Willem de Leeuw), 'Pieter Jong, de held van Lutjebroek' (1923, 3 delen), 'Jeanne d'Arc' (1929, 3 delen), 'De schatkamer van den koning' (1932), en 'Columbus', gevolgd door 'De diamantzoeker aan de Oranjerivier' (1933). Samen met frater Nicetas Doumen schreef hij dertien deeltjes van 'Vroolijk Volkje' (1912) en 'Mijn platenboek' (1914). Hij werd ook bekend door de door hem ontwikkelde leesmethode 'Ik Lees Al' (1910), die tot ver in de jaren vijftig herdrukken zou beleven. Miljoenen Nederlanders hebben met 'aap-roos-zeef' leren lezen. Mede-samensteller van 'Ik Lees Al' was frater Nicetas Doumen. Frater Joseph Reijnders overleed op in het moederhuis van de Fraters te Tilburg. Co-Auteurs: Jac. A. Hazelaar, A.C. Oleff
