Persoon/-749497280

Geboren in Baarn, Utrecht. Anke Kranendonk een Nederlandse actrice en schrijfster. Ze groeide op met twee oudere broers en een jongere zus. Anke begon op het atheneum, maar behaalde uiteindelijk haar havo-diploma. Na de middelbare school startte ze aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding, maar door lichamelijke klachten moest ze na enkele maanden stoppen. Vervolgens volgde ze de Pedagogische Academie en ging ze aan het werk als lerares.

Naast haar baan als leerkracht besloot Anke toneel-, beweging- en cameralessen te volgen. Regisseur Ben Sombogaart vroeg haar vervolgens voor de hoofdrol in de VPRO-jeugdserie Buurman Bolle (winnaar van de Cinekid Kinderkastprijs, 1990). Daarna volgden gastrollen in Goede tijden, slechte tijden (1992) en Goudkust (1996). Ook richtte ze haar eigen toneelgezelschap op.

Na de geboorte van haar dochter in 1990 begon Kranendonk te schrijven. Drie jaar later verscheen haar eerste boek, Van huilen krijg je dorst (Lemniscaat, 1993). In datzelfde jaar werd haar tweede kind, een zoon, geboren, gevolgd door nog een zoon in 1995. In 2008 verscheen Alles is weg, dat ze samen met haar nichtje Lieke schreef. Inmiddels heeft Anke meer dan negentig boeken op haar naam staan.

In 2015 verscheen haar "literaire debuut" Altijd vrolijk (uitgeverij Marmer, Baarn) – een boek waar ze zeventien jaar aan werkte. Hierin beschrijft ze haar ervaringen binnen en haar uiteindelijke vertrek uit de Pinkstergemeente, waar haar ouders zich in de jaren zestig bij aansloten en haar vader voorganger werd. Dit geloof speelde een grote rol in haar jeugd en drukte een diep stempel op het gezinsleven.

Daarnaast schreef Anke de populaire Lynn-trilogie (Lynn!, Lynn 2.0 en Lynn 3.0), waarvan het laatste deel in 2017 een Vlag en Wimpel van de Griffeljury ontving.

Anke schrijft haar boeken meestal thuis, maar trekt zich soms een paar dagen terug in een klooster om in alle rust te werken. Daar hoeft ze niet te denken aan koken, boodschappen of het brengen van kinderen, en kan ze zich volledig op het schrijven concentreren. Thuis leest ze het werk dat ze daar schreef, werkt het bij en bedenkt hoe het verder moet. Nieuwe ideeën ontstaan vaak tijdens het hardlopen of afwassen – momenten waarop haar handen en hoofd tegelijk bezig zijn.