Persoon/-938304926

Geboren te Deerlijk in het huis, toen herberg Het Damberd, dat nu zijn museum herbergt. René Désidérius Declercq was een Vlaams schrijver, dichter, politiek activist en componist. Zijn vader, Charles Declercq (1831-1893), was een kleine vlashandelaar, herbergier en touwslager en verzorgde de hele vlasbewerking vanaf het zaaien tot het zwingelen. Van het afval werden ’s winters koorden gedraaid. Zijn moeder, Paulina Gheysens (1836-1906), was de tweede vrouw van Charles Declercq. De man was al gehuwd geweest met Cordula D’heygere. In totaal kreeg zijn vader zestien kinderen, van wie René de voorlaatste was. Na de geboorte van het laatste kind, Rachel, verhuisde Charles naar de herberg De Valke op de hoek van de Harelbekestraat en de Kleine Pontstraat, nu Comm. Edmond Ameyestraat. Hij ging in 1896 geneeskunde studeren aan de Universiteit van Gent maar schakelde al snel over op Germaanse filologie. De Clercq raakte via Emmanuel De Bom betrokken bij het literair tijdschrift Van Nu en Straks en in 1901 was hij voorzitter van Rodenbach's Vrienden, Taalkundig Studentengenootschap, dat Julius Mac Leod steunde in zijn strijd voor vernederlandsing van de universiteit. In het literair blad Jong Vlaanderen publiceerde hij het euforisch essay "Krachtstorm", over de ontvoogding van het cultuurarme Vlaanderen. Hij ging na zijn promotie in 1902 les geven in Nijvel, Oostende en Gent. In Gent richt hij met Gustaaf De Smet het Algemeen Kunstverbond voor Beide Vlaanderen op, een culturele vereniging voor de kunst der letteren en beeldende kunsten. Na de Duitse inval in 1914 vertrok hij naar Nederland en gaf les aan Belgische School in de Van Ostadestraat in Amsterdam. Hij werd redacteur van het literair tijdschrift "De Vlaamsche Stem", een blad dat in februari 1915 werd opgericht voor Belgen van Vlaamse afkomst tot aan zijn opheffing in 1916 door geldgebrek en censuur. Sinds 1916 schreef hij voor Jong Vlaanderen en in 1916 werd hij redacteur van Dietsche Stemmen en De Toorts, waarin de Vlaams activisme werd gepropagandeert. Verder was hij bestuurslid van het "tijdelijk in Holland gevestigde" "Nationaal Vlaamsch Komiteit tot Verdediging van de Vlaamsche Zaak in België", wat opgaat in "Dietsche Bond" in 1917. De oprichting van de Raad van Vlaanderen in mei 1917 haalde in juli 1917 De Clercq over terug te keren naar Vlaanderen. Hij opteert van juli 1917 als lid van de Raad voor een zelfstandig Vlaanderen dat op zal gaan in een Groot-Nederland en verwerkt dat in zijn gedichten van die tijd. "Daar is maar één Vlaanderen", een lied van hem uit 1917, getoonzet door Jef Van Hoof, groeit uit tot het officieuze volkslied van de Vlaams-activisten. Op 22 december 1917 roept de Raad daadwerkelijk de Vlaamse onafhankelijkheid uit. De Clercq is op dat moment ook hoofdredacteur van de Gazet van Brussel en bejubelt het gebeurde. Van de Dietsche Bond wordt hij ondervoorzitter. Op instigatie van de Duitse gouverneur-generaal voor België Freiherr von Falkenhausen wordt hij benoemd tot conservator in het Brusselse Wiertz-museum. In november 1917 maakt hij een culturele tournee door Duitsland waar hij door de Deutsch-Vlämische Gesellschaft hartelijk onthaald wordt. In januari 1918 wordt hij ondervoorzitter van de Raad van Vlaanderen en bereidt hij de "volksraadplegingen" voor. Ook bij de oprichting in Vlaanderen van afdelingen van de Deutsch-Vlämische Gesellschaft is hij betrokken. Maar zodra president Wilson in oktober 1918 - het nakende Duitse verlies aan het Westelijk front is inmiddels onafwendbaar - de onvoorwaardelijke terugtrekking van Duitsland uit Vlaanderen eist, vluchten de leden van de Raad van Vlaanderen naar Nederland en Duitsland. De vrees voor Repressie na de wapenstilstand doet De Clercq terugvluchten naar Nederland waar hij het over hem in België in 1920 uitgesproken doodvonnis per brief verneemt. Hij bracht zijn verdere leven door met het onderwijzen van kinderen van andere gevluchte Vlaamse activisten en het publiceren van zijn werken. In 1920 gaat hij op tournee door Nederland met zelfgeschreven muziekwerken die hij met een combo uitvoert. Ook voor de Dietsche Bond en De Toorts blijft hij actief, en in Duitsland houdt hij regelmatig lezingen over de Vlaamse en Duitse letteren. Pas in 1929, nadat de Amnestiewet van kracht is geworden, keert hij eenmalig voor een kort bezoek terug in Vlaanderen. René de Clercq overleed op 54-jarige leeftijd in Maartensdijk. Hij werd begraven in Lage Vuursche.