Geboren te Vrouwenpolder, Veere, Zeeland. Willem Geldof is een Nederlandse schrijver, samensteller van legenden en volksverhalen, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Legpluimveehouders en publicist. Willem Geldof was de zoon van klein-landbouwer Pieter Geldof en Cornelia Willeboordse. Het gezin vertrok in de late jaren 1920 naar de Rudolfstichting te De Glind bij Barneveld, waar het een boerderij kon pachten mits het pleegkinderen zou opvangen. Op jeugdige leeftijd koos hij voor de NSB, mogelijk vanwege de standpunten van die beweging ten aanzien van de (kleinere) boeren, die gunstiger leken dan die van de liberale en van de grote confessionele partijen. Zijn ouders stonden niet achter die keuze. In 1942 en 1943 verzorgde hij enkele radio-uitzendingen over volksverhalen en gedurende 1943 en vroeg in 1944 schreef hij praktisch-landbouwkundige artikelen in het weekblad De Landstand in Zeeland. Verder schreef hij in het maandblad Volk en Bodem, orgaan van de door de Duitse bezetter beheerste boerenorganisatie Nederlandse Landstand en in De Jonge Landstand. Onder meer de medewerking aan deze bladen kwam hem in 1945 te staan op hechtenis en vervolgens een verbod tot het uitoefenen tot journalistieke arbeid gedurende twaalf jaar, tot 1957. Antisemitische uitlatingen zijn van Geldof niet bekend, wel bleef hij neigen naar een vorm van racisme.
Willem Geldof trouwde in 1953 met Froukje Lutje en woonde met zijn gezin aanvankelijk in Alphen aan den Rijn en vervolgens in Papendrecht. Het echtpaar kreeg vier kinderen. Geldofs verdere loopbaan was altijd deels verbonden met de agrarische wereld. Vanaf 1948 was hij melkcontroleur bij het Amsterdamse melkcontrolebureau MEBA. In de jaren zestig was hij vertegenwoordiger in melkmachines en vervolgens landbouwkundig medewerker van het persbureau Persbelangen. Later in de jaren zestig en in de jaren zeventig was hij secretaris/administrateur van de Nederlandse Vereniging voor Legpluimveehouders. Een tijdlang had hij een goede functie bij de staf van de LOI, de Leidse Onderwijsinstellingen. Om bij te verdienen publiceerde Geldof vóór 1957 een aantal artikelen, bijvoorbeeld in Nederlands Volksleven, in Onze Toekomst, een blad voor Nederlandse immigranten in de USA, en in enkele bladen in Noord-Nederland. In 1962 verscheen van hem een vervolgverhaal van 25 afleveringen in de Nieuwe Schiedamsche Courant. Later volgden nog meer feuilletons en twee kinderboeken. Verder schreef hij enkele malen voor andere regionale dagbladen in Zuid-Holland en werkte hij mee aan onder meer Zeldzaam huisdier, Kind en Evangelie, Maandblad Vara-Voorlichting en Mimosa. Weekblad voor het Gezin.
Van het opkomende toerisme profiteerde Geldof mee door het aankopen van een tweede woning, achtereenvolgens in Kortgene, Koudekerke en Oostkapelle. Hij bracht er een deel van zijn vrije tijd door en verhuurde het huis verder aan toeristen. Geldof publiceerde in 1950 het boek Het Zeeuwse volksraadsel waarin hij overgeleverde rijmen en vertelsels weergaf en becommentarieerde die hij (vooral) bij bejaarden in Zeeland had gehoord. Deze vorm van onderzoek was blijkbaar een eigen initiatief. In 1979 nam hij in de reeks volksverhalen van uitgeverij Spectrum het deeltje over Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden voor zijn rekening. Het bevat allerlei bekende volksverhalen, zoals die over het Ronde Putje bij Souburg, Jantje van Sluis en de zeemeermin van Westenschouwen. Goed vertegenwoordigd is ook de negentiende-eeuwse paardendokter De Puut uit Meliskerke, die centraal staat in nogal wat bijgeloofverhalen. Geldof verweet overigens redacteur dr. Tj.W.R. de Haan dat die van het boek teveel een ‘vakstudie’ had gemaakt. De lezers zouden volgens Geldof aan ‘een smakelijk verhaal’ genoeg hebben gehad. Ook in de andere voor de reeks Spectrumpockets door Geldof gemaakte boekjes met wetenswaardigheden – zie de bibliografie hieronder – komt Zeeland regelmatig aan bod. In 1982 werd Geldof lid van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
Overleden te Papendrecht, Alblasserwaard, Zuid-Holland.
