Geboren te Londen, Engeland, Verenigd Koninkrijk. Was een Nederlands schrijver. Hij was als docent verbonden aan het stedelijk gymnasium van Arnhem en aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Ook was hij inspecteur van het lager onderwijs in Zuid-Holland. Hij was de zoon van David Alexander Lindo en van Matilde Prager. Hij bracht een deel van zijn jeugd door in de Duitse stad Düsseldorf. Als 19-jarige arriveerde Lindo in Nederland. Hij werd in 1842 docent Engels aan het stedelijk gymnasium van Arnhem. Hij schreef onder meer artikelen voor het "Algemeen Letterlievend Maandschrift". Ook publiceerde hij onder het pseudoniem "de oude heer Smits" in de Arnhemse Courant. In 1856 richtte hij het tijdschrift De Nederlandsche Spectator op. Dit tijdschrift schreef hij zelf vol met halfserieuze maatschappijkritische opstellen en schetsen na het voorbeeld van de Engelse Spectators. Deze stukken werden al snel gebundeld. Hij was erg populair in zijn tijd. In 1853 ging hij moderne talen doceren aan de Militaire Academie in Breda. Vlak daarvoor was hij gepromoveerd tot doctor in de letteren. Samen met zijn vriend Lodewijk Mulder schreef hij in 1854 de bundel 'Afdrukken van indrukken'. In 1856 werd hij benoemd tot inspecteur van het lager onderwijs in de provincie Zuid-Holland. Hij trouwde op 24 juli 1844 te Arnhem met Johanna Nijhoff, dochter van de Arnhemse uitgever Isaac Anne Nijhoff en van Martina Cornelia Houtkamp. Hun zoon Isaac Lindo werd ingenieur en o-yatoi gaikokujin, die in Japan nog steeds bekend is als een van de Watermannen vanwege zijn waterstaatkundige werken, zoals de vaststelling van het Tokio Peil, dat de standaard zou worden voor hoogtemetingen in het hele land. Lindo was de grootvader van Cornelia Serrurier. Zijn zwager Martinus Nijhoff zou vanaf 1860 De Nederlandse Spectator uitgeven. Overleden te Den Haag. Hij werd begraven op Oud Eik en Duinen.
