Geboren te Nieuw en Sint Joosland, Walcheren. Ze was de oudste dochter van een huis- en gemeentearts en arts bij de spoorwegen, Benoit Felix Catz en Rebekka Abramma Cohen. Haar moeder was apothekersassistente in het stadsziekenhuis te Middelburg geweest. In 1910 verhuisde het gezin naar Blaricum (sinds 1952 is hier een Dokter Catzlaan). Ze volgde het gymnasium in Hilversum en studeerde MO-Engels. Ze haalde een diploma lerares stenografie. Ze trouwde in 1926 met de Amsterdamse advocaat mr. Justus Wolf en was avondjeugdleidster in de sloppen van Amsterdam. Helma Wolf-Catz had één dochter: Loeka. Loeka Wolf-Catz typte de manuscripten van haar moeder uit en werd later ook schrijfster. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Helma Wolf-Catz actief in het verzet. Haar man overleed in een concentratiekamp. Ze verzorgde causerieën voor de AVRO, de VARA en de BRT en werkte mee aan de Lectuurinformatiedienst van het Nederlandse bibliotheek- en lectuurcentrum. De 'Tim de Merel'-boeken schreef ze onder het pseudoniem Erica Michel. Zesentwintig jaar lang beheerste een gecompliceerde (erfelijke) ziekte (polyneuropathie) haar leven. Zo was bijvoorbeeld eten haar regelmatig onmogelijk. Door deze ziekte was ze tot isolement gedwongen. De laatste tien jaar (vanaf 1968) van haar leven woonde ze in Bussum. Voor haar gezondheid pakte dit in eerste insantie goed uit. Van 1973 tot 1978 kon ze weer zelfstandig lopen. Overleden in het Diaconessenhuis te Naarden. Ze werd op 25-01-1979 begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Woensbergweg in Blaricum (graf N-9).
