Geboren in Buitenzorg, Nederlands-Indië als dochter van Daniel François Willem van Rees en Eelcoline Pruijs van der Hoeven. Ze kwam uit een familie van bestuurders, haar vader was onder meer directeur van het Binnenlands Bestuur en vice-president van de Raad van Nederlands-Indië.
Al vroeg verhuisde ze naar Europa en kreeg les in Lausanne en Den Haag. In Den Haag kreeg ze acht maanden les van de Haagse schilder Bernard Schregel, maar verder was ze als kunstenares autodidact. Ze schilderde, aquarelleerde en tekende en maakte daarnaast etsen en litho's, ze exposeerde enkele malen in Nederlands-Indië. Ze trouwde in 1911 met de Schotse zakenman Neil Mac Neill, met wie ze vier kinderen kreeg. Het huwelijk hield geen stand en na de Eerste Wereldoorlog vestigde ze zich met haar kinderen in Nederland. Ze illustreerde in 1928 het boek De fabel van het dwerghert van Marie van Zeggelen. Ze publiceerde in 1946 het sprookjesboek De nachtmannetjes, dat ze zelf illustreerde.Ze werd lid van de Pulchri Studio en 'de Grafische' en exposeerde meerdere malen haar aquarellen en tekeningen.
In 1952 ging ze met keramiek aan de slag. Ze was met Harm Kamerlingh Onnes een van de eersten die keramische plastieken maakte.Ze werd bij een breder publiek bekend met haar fantasierijke dierfiguren, die ze kruipsels noemde. In 1959 won ze een gouden medaille op een internationale keramiektentoonstelling in Oostende. Vijf jaar later werd in het Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling 'Tussen mens en dier, ceramiek van Etie van Rees' gehouden,
