Geboren in Rottum Was een Gronings dichter en schrijver. Zijn vader was bakker in het kleine wierdedorp Rottum, maar werd enige jaren na Jans geboorte om gezondheidsredenen genoopt te stoppen met zijn bakkerij. Hij vond werk in de landbouw waardoor Jan opgroeide als zoon van een keuterboer in het nu verdwenen Delthuizen. Een maand na zijn vijftiende verjaardag werd hij kwekeling aan de Rijkskweekschool in de stad Groningen. Jan Boer was zijn gehele loopbaan werkzaam in het onderwijs. Hij begon als onderwijzer aan de lagere school te Ekamp, werd in 1946 directeur van de kweekschool in Meppel en werd in 1949 benoemd tot inspecteur van het onderwijs in de gemeente Groningen. Boer schreef zijn eerste gepubliceerde gedicht 'Jong Wicht' op de boerderij bij Rottum. Het kwam in 1917 in het tijdschrift Groningen van Jacob Tilbusscher te staan. Dit gedicht sloot goed aan bij de dichtstijl van die tijd, waarin de poëzie over het algemeen verhalend en 'licht-verteerbaar' was. Al snel ging hij over op het schrijven van stemmingsgedichten. Toen hij die voor publicatie opstuurde naar de redactie van een tijdschrift, kreeg hij zijn jeugdige lyriek terug met een briefje waarin stond: "Zukswat zeggen goie Grunnegers nait" ("Zoiets zeggen echte Groningers niet"). Boer hield vol en vanaf 1922 werd zijn werk met grote regelmaat opgenomen in het Maandblad Groningen van Geert Theis Pzn., waarvan hij van 1947 tot 1949 zelf redacteur was. De eerste dichtbundel van Jan Boer, Nunerkes, verscheen in 1929 en was geïllustreerd door Jan Altink, lid van De Ploeg. Meer bundels volgden en daarnaast schreef hij verhalen die in het Nieuwsblad van het Noorden verschenen en later gebundeld werden, en een aantal toneelstukken. Hij schreef ook over taalkundige onderwerpen, zoals de verschillen tussen het Nederlands en het Gronings en over de positie van de streektaal ten opzichte van het Standaardnederlands. Hij was vanaf 1956 voorzitter van de Grunneger Schrieverskring. In dat jaar werd hem de Hendrik de Vriesprijs van de stad Groningen toegekend. Na een lang ziekbed overleed Jan Boer en verstomde - zoals Willem de Mérode (1887-1939) Boer eens noemde - 'het zingend hart van Groningen. Overleden te Groningen.
