Persoon/429077786

Geboren te Valkenswaard, Noord-Brabant. Frans Hoppenbrouwers was een Nederlands schrijver, dichter en vertaler. Hij was de zoon van Jan Hoppenbrouwers en An Vaessen en was de vierde van 13 kinderen. Groeide op te Westerhoven waarheen het gezin in 1946 verhuisde. In 1953 ging hij naar het seminarie te Helmond. Vanaf 1958 was hij werkzaam bij de belastingdienst te Eindhoven en op grenskantoor Bergeijk/Lommel-Kolonie.

In 1960 werd zijn eerste hoorspel uitgezonden: Reis naar Tarcia. Er zouden er vele volgen. Vanaf 1971 werkte Hoppenbrouwers in een orthopedagogische zorginstelling in Boxtel, waar hij uiteindelijk ruim 25 jaar zou werken, tot aan zijn vervroegd pensioen. In 1963 trad hij in het huwelijk met Roos Wijnants. Ze kregen twee zonen: Jeroen (1967) en Stijn (1970). In 1975 verhuisden ze terug naar Valkenswaard, waar ze een huis betrokken aan het Wilhelminapark.

In 1975 werd het eerste deel gepubliceerd van een serie kinderboeken van zijn hand, de Poolsterreeks, die uiteindelijk dertig delen zou omvatten, vertaald in dertien talen. Het deel Hasse de Haas (geïllustreerd door The Tjong King) kreeg een eervolle vermelding van de Universiteit van Padua in het kader van de prijs voor Europese jeugdliteratuur. In Engeland verschenen daarnaast in 1980 vier 'Watching Books' bij uitgeverij Ginn and Company (Aylesbury). In 1980 verscheen het eerste deel van een lange reeks cultuurhistorische boeken: de Kroniek van de Kempen, gebaseerd op de gelijknamige wekelijkse pagina in een regionale weekkrant. Hieraan werkte een groot aantal deskundigen mee, op tal van gebieden. Hoppenbrouwers was mede oprichter, droeg structureel bij aan de inhoud, en was secretaris van de Stichting Kroniek van de Kempen. In 2001 verscheen het twintigste en laatste deel, en een index.

In 1981 verscheen n Snee irluk brood', zijn bekendste publicatie in het Kempisch dialect. In 1983 werd zijn laatste hoorspel, De Bijenman uitgezonden, het jaar waarin van zijn hand ook een dichtbundel over kinderen in instituten: Kinderen van de Keerzijde verscheen (deze werd later heruitgegeven).

Vanaf 1990 besloot Hoppenbrouwers zich voornamelijk aan de poëzie te wijden. In 1998 kwam zijn magnum opus Calendarium Poeticum uit bij uitgeverij Sun (Nijmegen). In 2004 werden vier van zijn gedichten opgenomen in Gerrit Komrij's bloemlezing, en werd hij lid van de redactie van het tijdschrift Brabants. Frans Hoppenbrouwers werd in 2005 Koninklijk onderscheiden als lid in de orde van Oranje-Nassau vanwege literaire en cultuurhistorische verdiensten voor de regio, en in datzelfde jaar volgde de benoeming tot gemeentedichter van Valkenswaard, wat hij tot 2012 bleef. In 2006 verscheen zijn eerste roman Wolfsklauw en werd zijn werk grotendeels integraal op internet gebracht (CuBra: Cultureel Brabant). In 2007 werd hij met drie gedichten opgenomen in Komrij's bloemlezing kinderpoëzie. Hoppenbrouwers bleef tot kort voor zijn dood actief als schrijver en redacteur.

Overleden te Eindhoven, Noord-Brabant. Hij werd begraven op begraafplaats 'Eikenhof' te Valkenswaard.

In 2013 werd de fiets- en wandelroute 'Beleef het Gedicht' te Valkenswaard geopend als eerbetoon.